zondag 19 maart 2017

Verrassing



Ik duwde de deur open en plofte mijn rugzak neer naast mijn bureau. Het lokaal was nog verlaten, de bureaus ongezellig kaal. Ik zuchtte terwijl ik mijn jas aan de kapstok hing. Mijn oog viel op het whiteboard ernaast, dat normaalgezien verloren in de hoek stond. Iemand had het verzet en erop geschreven.
‘Surprise surprise!’ stond er in rode letters.
Ik voelde een glimlach mijn mondhoeken omhoog duwen. Er gebeurde zo weinig op het werk; alles wat naar verandering of interactie rook was wat mij betrof meer dan welkom.
‘Laat maar komen, die verrassing!’ schreef ik enthousiast onder de boodschap. Waarschijnlijk was mijn enthousiasme misplaatst en ging het om een of ander kneuterig initiatief van het management, maar toch… Als je de hele dag opgesloten zit met oninteressante mensen, moet je je wel aan elke strohalm vastklampen.
De rest van de dag wachtte ik licht nieuwsgierig tot er iemand zou binnenwandelen en de verrassing zou aankondigen, maar niemand kwam. Tegen de avond was ik zo opgelucht dat ik mijn steriele kantoor en saaie collega’s achter me kon laten dat ik het bericht op het whiteboard helemaal vergat.
Maar de volgende ochtend trok het whiteboard opnieuw mijn aandacht. Iemand had er een nieuwe boodschap in rode stift op geschreven. Met een glimlach leunde ik dichterbij om de boodschap te lezen. Iemand had een ‘r’ in mijn verrassing geschrapt, waardoor er nu stond ‘Laat maar komen, die verassing.’ Daaronder was geschreven ‘Daar kan voor gezorgd worden’.
De glimlach bevroor op mijn lippen toen ik iemand de deur achter me hoorde op slot draaien.

zaterdag 18 februari 2017

Blubber




‘Mag ik hem houden?’ riep Timmy enthousiast toen hij de keuken in liep. Sarah keek op van de gootsteen, klaar om weeral een kikker of kitten te weigeren zoals altijd. Een bord viel uit haar handen en sloeg aan diggelen op de vloer. Dit was geen kitten.
‘Zet dat neer! Nu meteen!’ Haar stem schoot de hoogte in van paniek. Timmy begon spontaan te huilen en greep het glibberige ding nog wat steviger vast.
‘Timmy – laat los!’ Sarah greep de handen van haar zoontje en wrikte ze los van de blauwe, pulserende blubber. Met een natte pets viel het ding op de grond. Timmy gilde nu hartverscheurend, maar ze deed geen enkele poging om hem te troosten. In plaats daarvan sleurde ze hem mee naar de gootsteen en hees hem er bijna in.
‘Was je handen! Mijn god, wie weet wat voor giftig spul had je vast!’ Ze boende Timmy’s handen met een wilskracht die alleen paranoïde moeders bezitten. Dat blauw spul was vast en zeker iets chemisch, mogelijk zelfs bijtend. Tot haar opluchting zag ze geen brandwonden toen ze de zeep van zijn handen spoelde.
‘Droog je handen, dan bel ik het antigifcentrum,’ droeg ze Timmy op. Het jongetje hikte nog steeds van de schrik, zijn gezicht knalrood van het huilen.
‘Maar mama, hij sprak tegen mij!’
Sarah keek verstrooid op van haar gsm. ‘Hij wat?’
Timmy reageerde niet, zijn blik gefixeerd op iets achter haar. God, was dat chemisch spul een gat in haar keukenvloer aan het branden? Ze draaide zich met een ruk om en zette meteen met een gil een stap achteruit. De blauwe blubber op de grond kéék naar haar.
Het ding had ogen op steeltjes, zoals een slak, en knipperde langzaam. Toen strekte het zich uit, tot het een halve meter hoog was, en dan nog een halve meter, en toen kwam het boven de gootsteen uit, en toen torende het boven haar uit. Sarah greep Timmy en het aanrecht beiden even hard beet maar wist geen woord uit te brengen.
‘Deze jongen,’ bulderde een lage stem opeens vanuit de richting van de blubber – hoewel Sarah niets zag bewegen – ‘heeft mij verzekerd dat u mij goed zou ontvangen.’ De blubber zweeg even gewichtig, alsof hij excuses van haar verwachtte. Sarah dacht dat ze zou flauwvallen.
‘Maar dat blijkt niet het geval,’ ging het ding verder. ‘Ik ben bijzonder teleurgesteld.’ Uit die laatste woorden klonk onmiskenbare dreiging. De blubber kwam langzaam in beweging, recht op haar af.
‘Ik zei toch dat hij kan praten,’ zei Timmy tevreden.